Reactie op jaarrekening 2012

Geachte college en raad,

KADERNOTA

De V.K.P. is teleurgesteld in het feit dat het college, middels het bejubelen van het resultaat van de jaarrekening 2012, het voor de gemeenteraad van de gemeente Mill en Sint Hubert bijna onmogelijk maakt om aan onze inwoners uit te leggen waarom we de komende jaren structureel € 450.000,- moeten bezuinigen.

Door “niets te doen” lijkt men nu veel geld over te houden terwijl we in werkelijkheid in 2012 veel meer geld hebben uitgegeven voor minder “productafname”.

We zijn dus als gemeente Mill en Sint Hubert aan het interen. Daarbij het gemak waarmee telkens een greep gedaan wordt uit de algemene reserve en het geschuif met budgetten stuit de V.K.P. tegen de borst, het gaat immers om de euro’s van onze inwoners.

Daarnaast heeft het beschikbaar stellen van een “Leefbaarheidsbudget” zonder daarbij de kaders te stellen alles van “populistisch gedrag” in zich. De V.K.P. stelt daarom ook voor om dit raadsbesluit terug te nemen en de vrijkomende middelen terug te storten in de algemene reserve.

De aangeboden stukken van het college voor de kadernota 2014 zijn geheel in lijn van de voorstellen van het college de afgelopen maanden. Wederom bevat het “fouten”. Nu kunnen we constateren dat de stukken gedateerd zijn d.d. juni 2012. De V.K.P. vraagt zich af hoe u dit een jaar lang “geheim” heeft weten te houden? Een aantal insprekers was toch erg verrast!

Wat betreft de kadernota 2014 pleit de V.K.P. ervoor om naast het hoofdthema “Leefbaarheid” in alle vier de kernen (Wilbertoord, Sint Hubert, Langenboom en Mill), de vijf hoofdthema’s van de lokale agenda van het VNG op te nemen in de begroting 2014 gezien de financiële consequenties voor de gemeente Mill en Sint Hubert.

Om als zelfstandige gemeente Mill en Sint Hubert te kunnen blijven bestaan zullen we ons moeten blijven inspannen om aan de samenwerking binnen specifiek het Land van Cuijk, maar ook daarbuiten actief vorm te geven.

De V.K.P. staat hier volledig achter en is bereid om hiervoor incidenteel financiële middelen beschikbaar te stellen. Wel willen wij jaarlijks de bereikte resultaten evalueren om, daar waar nodig, nadere voorwaarden aan de samenwerking te stellen en om onze koers (de bekende stip op de horizon) te bepalen.

Wat de V.K.P. betreft is de financiering dus geen automatisme. De middelen zullen “verantwoord verdiend” moeten worden.

De V.K.P. pleit voor een sociaal, duurzaam en solide economisch beleid vertaald in de begroting 2014 en meerjarenraming van de gemeente Mill en Sint Hubert met daarin opgenomen “Leefbaarheid in alle vier de kernen” als speerpunt van beleid.

Natuurlijk is er, in economisch moeilijke tijden, veel onzekerheid maar dat wil niet zeggen dat we “stil moeten blijven staan”. De V.K.P. zal zich sterk maken voor het investeren in het sociale domein en duurzaamheid van onze gemeente.

Daarbij kunnen we al die vrijwilligers, verenigingen en instellingen die zich nu al inzetten voor het leefbaar en beleefbaar houden van onze gemeente niet in de kou laten staan en zullen wij hen moeten blijven stimuleren en faciliteren in het vervullen van die rol die van hen verwacht mag worden.

Wij verwachten van het college, welke de regie dient te nemen, hiermee actief aan de slag te gaan op basis van wederzijds vertrouwen en respect.

Ook wij als V.K.P. staan voor de opgave om, middels de 51 bezuinigingsvoorstellen, financieel richting te geven aan de begroting 2014. Naast het financieel richting geven benadrukken wij als V.K.P. dat er een onderbouwing nodig is betreffende de realiteit en haalbaarheid van deze bezuinigingsvoorstellen. Helaas ontbreekt deze in een aantal gevallen en daarom plaatsen wij bij deze voorstellen ook onze vraagtekens. De V.K.P. verzoekt het college om met die voorstellen, waar deze onderbouwing ontbreekt, gepast (in goed overleg met betrokken partijen) mee om te gaan om zo gezamenlijk op lange termijn tot een win-win situatie te komen.

De V.K.P. is bereid om richting te geven aan de kaders voor de begroting 2014 maar dit neemt niet weg dat we de laatste jaren te vaak door het college met het argument: “de raad heeft ……….besloten” om de oren worden geslagen.

Naast het wel dan niet instemmen met de voorstellen, die zijn voortgekomen uit de werkgroepen “Op zoek naar Ruimte 2”, zal de V.K.P. een aantal voorstellen doen waarbij we investeren in duurzaamheid en we onze reserves minder inzetten dan nu is voorgesteld zonder lastenverzwaring voor de inwoners op het gebied van de O.Z.B. afvalstoffenheffing en rioolbelasting.

Het handhaven van budgetten wil, wat de V.K.P. betreft, niet zeggen dat er in het beleid niets behoeft te veranderen. Verandering is noodzakelijk om duurzaam de toekomst aan te kunnen. Dit dient iedere inwoner, vereniging, organisatie maar ook de Gemeenschappelijke Regelingen zich te realiseren. De V.K.P. doet bij deze een beroep op de eigenverantwoordelijkheid van eenieder.

Wij verwachten van het college dat zij de regie in handen neemt en in gesprek gaat met alle betrokken partijen hoe wij op een verantwoorde manier, zowel sociaal als financieel, gezamenlijk de uitdagingen die op ons af komen oppakken en hier de komende jaren invulling aan geven in het belang van onze inwoners.

Namens de V.K.P. met “hart voor de Samenleving”, Sjors van Kempen

Ps.

Helaas heeft de uitwerking van de behandeling van de Kadernota 2014 een ander uitwerking gekregen dan waarop de V.K.P. had gehoopt.

Het sociale domein zal, door de keuze van met name de coalitie, de komende jaren onevenredig zwaar getroffen worden.

Jaarrekening 2012

2.1.1 Programma 1 Openbare ruimte

· Blz 9 indicatoren: waarom zijn er meer landschapselementen aangelegd dan in de streefwaarden genoemd zijn? Deze dienen toch allemaal bekostigd en onderhouden te worden

Antwoord: De aanleg van de ecologische verbindingszones Graspeelloop (12 ha) en St. Anthonisloop (2 ha) stonden na 2012 gepland, maar zijn vanwege de mogelijkheid van 100% provinciale subsidie samen met het waterschap al in 2012 uitgevoerd. Deze subsidie is momenteel gehalveerd. Uitvoering van de ecologische verbindingszone is een verplichting vanuit de Europese kaderrichtlijn water.

· Blz 10 punt 2: wat de VKP betreft dient er beter geluisterd te worden naar de diverse adviesorganen.

Antwoord: Dit nemen wij voor kennisgeving aan.

· Blz. 10 punt 3 en 4: ons inziens zijn dit dezelfde doelen echter heeft punt 4 de aanvulling tegen zo laag mogelijke kosten (auditcommissie?)

Antwoord: Bij punt 3 worden schadebeelden bedoeld welke binnen het reguliere onderhoud snel dienen te worden aangepakt, bijvoorbeeld een gat in de weg. Bij punt 4 worden verbeterpunten genoemd welke voortkomen uit het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) en/of zijn aangedragen en besproken met het Platform Verkeer. Wanneer dit toch grotere en meer kostbare maatregelen zijn waar niet direct geld voor beschikbaar is, kunnen deze vaak wel integraal worden gecombineerd met reeds geplande uitvoeringswerkzaamheden voor reconstructie of onderhoud aan de openbare ruimte.

· Blz 10 punt 7: dit wekt de indruk dat onze gemeente ervoor gaat zorgen dat de kennis van verkeer wordt verbeterd, toch geeft de uitleg bij wat hebben we ervoor gedaan aan dat we zeer afwachtend zijn. We hebben immers geen aanvraag gehad van de SWOM. Is de vraag ook gesteld aan de SWOM?

Antwoord: Ja, zij hebben in 2012 aangegeven hier geen behoefte aan te hebben.

· Blz 11 punt 10: bij wat wilden we bereiken staat dat we te allen tijden genoeg strooimiddel hebben om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen. In wat hebben we ervoor gedaan staat echter de zoutopslag aanvullen zodat we geen tekort hebben bij een normale winter, dat is niet te allen tijden.

Antwoord: Met ten alle tijden bedoelen we dat bij een normale winter onze opslag toereikend is. Hiermee kunnen we ongeveer 25 keer strooirondes doen. Daarnaast hebben een 24 uur leveringsregeling getroffen met onze leverancier.

2.1.2 Programma 2 Economie en toerisme

· Blz 14 indicatoren: waarom worden bijv. het in het bezit hebben van landbouwgronden niet als indicator genoemd?

Antwoord: Op dit moment is er nog geen indicator vastgesteld voor het aantal te verkopen landbouwgronden. Dit kan evt. in de toekomst worden opgenomen.

· Blz 14 punt 1: recreatie en toerisme is een speerpunt van dit college toch wordt dit punt maar heel minimaal benoemd.

Antwoord: Er zijn nauwelijks afwijkingen ten opzichte van de begroting 2012. Vandaar dat niet veel tekst is gewijd aan dit onderdeel.

2.1.3 Programma 3 Educatie, cultuur en sport

· Blz 16 punt 2: hoe is de situatie bij IKKE nu? Graag een update. Wat is de reden dat er zoveel VVE-gelden over zijn (blz. 108)? Hoe geven wij als gemeente invulling aan onze wettelijke verplichting ten aanzien van VVE-gelden?

Antwoord: IKKE heeft te maken met een daling van het aantal aanmeldingen./ Dit is een landelijke ontwikkeling. De definitieve stand van het aantal kinderen dat zal worden opgevangen zal rond de zomervakantie bekend zijn. Als gemeente hebben we het (eigen gemeentelijk) subsidie aan de peuterspeelzalen beschouwd als bijdragen aan de VVE. Daarvoor is op alle locaties van IKKE VVE aangeboden. De VVE- rijksbijdragen worden hierdoor opgespaard, daarover hoeft pas is 2015 verantwoording te worden afgelegd. Bij uiteindelijke beëindiging van gemeentelijk subsidie voor PSZ kan dan een (wellicht individuele) subsidieregeling voor VVE worden ontwikkeld.

· Blz 17 punt 1: welke peuterspeelzaal is nog niet geïntegreerd, waarom niet en wat is de situatie van deze peuterspeelzaal op dit moment?

Antwoord: Dat betreft 1 peuterspeelzaal, nl. die in Mill. Het spant er een beetje om of deze locatie als 100% peuterspeelzaal zal worden gecontinueerd of dat deze net als de andere drie geïntegreerd gaat worden (met kinderopvang).

· Blz 17 indicatoren: waarom zijn er maar 19 gastouders geïnspecteerd terwijl er 90 in de planning stonden? Daarbij is dit ook nog een groeiende groep waardoor dit extra van belang is.

Antwoord: Jaarlijks hoeft slechts een klein percentage van de gastouders te worden geïnspecteerd. In 2012 zijn 4 gastouders geïnspecteerd ofwel 5% van het totale aantal. De indicator in de jaarrekening vermeld foutief dat er 19 gastouders zouden zijn geïnspecteerd.

· Blz 18 punt 1 en 2: we stellen geld ter beschikking, is dit het enige wat we doen? Of controleren we er nog op of dit ook goed besteed wordt?

Antwoord: Via regelmatig bestuurlijk en ambtelijk overleg en via de begrotingen en jaarrekeningen van deze instellingen wordt gecontroleerd of het beschikbaar gestelde subsidie juist wordt besteed.

· Blz 18 indicatoren: waarom is er zo’n grote terugloop van leerlingen van De Meander?

Antwoord: Grote terugloop van leerlingen bij De Meander past in een landelijke trend (er zijn meer particulier schooltjes, dus meer concurrentie) maar ook onzekerheid over de continuïteit van het kunstencentrum zal hieraan bijdragen.

· Blz 19 punt 1: toegankelijkheid heeft toch ook te maken met het toegankelijk zijn voor de minder valide bezoekers? Wat wordt eraan gedaan om ook dat te bereiken? Wanneer wordt de toegankelijkheid van de gemeenschapsaccommodaties afgerond?

Antwoord: Toegankelijke sportaccommodaties is hier bedoeld in de betekenis van betaalbaar voor eenieder. Er is ons geen signaal bekend dat de sportaccommodaties qua toegankelijkheid voor minder validen een probleem vormen.

De maatregelen voor toegankelijkheid van de gemeenschapsaccommodaties voor minder validen worden binnenkort afgerond met het nog toepassen van elektrisch bedienbare deurdrangers bij De Wilg, De Wester en De Jachthoorn.

2.1.4 Programma 4 werk, zorg en inkomen

· Blz 21 indicatoren: waarom hebben er zo weinig mensen gebruik gemaakt van de Reductieregeling?

Antwoord: De aantallen aanvragen Reductieregeling zijn lager uitgevallen dan verwacht omdat de wettelijke eisen voor deelname strenger zijn geworden (o.a. de maximumgrens voor deelname van 110% van de bijstandsnorm). Ook is de Reductieregeling voor de gemeente Mill en Sint Hubert per 1 april 2012 ingegaan, waardoor er een kleine hoeveelheid aanvragen voor het Fonds Sociaal Verkeer niet meegenomen zijn in de cijfers. Dit vertekent het beeld.

· Blz 22 indicatoren: het aantal scootmobielen is meer dan verdubbeld, hoe komt dit?

Antwoord: Hiervoor is niet een duidelijke verklaring te geven. Zoals bekend is de Wmo een open einde regeling, waarbij aan klanten, die hiervoor op medische gronden in aanmerking komen, een vervoermiddel (bv. in de vorm een scootmobiel) kan worden toegekend.

Wij bespeuren overigens nog geen trendmatige stijging van het aantal te verstrekken scootmobielen.

· Blz 22 punt 4: zijn er ook bijstandsgerechtigden die vrijwilligerswerk zijn gaan doen?

Antwoord: De ISD richt zich conform de kadernota participatie Land van Cuijk primair op toeleiden naar regulier werk. Met deze inzet is het 2012 budget ook volledig benut. Het verrichten van vrijwilligerswerk kan in gesprekken met de klant aan de orde komen, maar er wordt niet geregistreerd of de klant vrijwilligerswerk verricht.

· Blz 23 indicatoren: waarom zijn er minder uitkeringsgerechtigden die een traject volgen?

Antwoord: Omdat het participatiebudget is gedaald. Het Participatiebudget 2012 (€ 214.572) is ten opzichte van 2011 (€298.224) gedaald. De ISD stuurt op budgettair neutrale uitvoering van de uitnutting.

2.1.5 Programma 5 Welzijn en leefbaarheid

· Blz 24 indicatoren: de waarden komen uit monitoren van 2008/2009. Dit opnemen heeft dan ook totaal geen zin.

Antwoord: Het betreft hier de meest recente gegevens van de GGD. De enquetes worden 1 x per 4 jaar gehouden.

· Blz 27 indicatoren: waarom zijn een aantal indicatoren niet bekend? Deze dienen toch van gesubsidieerde instellingen te komen, moeten deze niet voor een bepaalde tijd aangeleverd worden?

Antwoord: Recente cijfers voor Indicatoren van benutting van het CJG zijn op dit moment niet bekend omdat door prioriteitstelling meer aandacht is gegeven aan integratie, de enkelvoudige ambulante jeugdhulpverlening (Versnelling) en aan de transitie jeugdzorg.

2.1.6 Programma 6 Bouwen, wonen en milieu

· Blz 33 indicatoren: er zijn 24 starterswoningen gerealiseerd en toch zijn er maar 4 startersleningen verstrekt, hoe komt dit?

Antwoord: De overige 20 starterswoningen zijn zonder startersleningen aangekocht doordat deze kopers daarvoor niet in aanmerking kwamen dan wel zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

· Blz 34 punt 4: zijn er overtredingen geconstateerd door de BOA’s?

Antwoord: Er zijn geen overtredingen geconstateerd door BOA’s echter door de toezichthouders van het cluster Fysieke Leefomgeving. Het is gebruikelijk dat tijdens bouw controles afwijkingen van vergunningen worden geconstateerd.

2.1.7 Programma 7 Bestuur en dienstverlening

· Blz 37 punt 6: als je van de 11 bezwaren er maar 3 op tijd af kunt ronden is dat gewoon slecht te noemen. Zeker als je kijkt naar 2011 hier was de termijn nog 13 weken i.p.v. de 22 weken van 2012. Hoe wordt dit opgepakt zodat we in de jaarrekening van 2013 niet hetzelfde te lezen krijgen?

Antwoord: Van de 11 bezwaren zijn er 3 binnen de maximale termijn van 18 weken behandeld. Bij de overige 8 bezwaren is er in 5 gevallen door de bezwaarmaker ingestemd met (of zelfs verzocht om) een langere behandelingstermijn. Het feit dat de behandeling van een bezwaar langer duurt is namelijk niet altijd door de gemeente te voorkomen. Zo kan een bezwaarmaker bijvoorbeeld ook om uitstel vragen in verband met afwezigheid of er moet nader onderzoek worden opgevraagd. Deze factoren hebben een rol gespeeld in de genoemde 5 gevallen. In de resterende 3 gevallen is er niet direct een aanwijsbare reden te noemen en zijn er werkafspraken gemaakt.

2.1.8 Programma 8 Veiligheid

· Blz 40: wordt er (minimaal) jaarlijks ook geoefend met het ontruimen van het gemeentehuis?

Antwoord: Tijdens de BHV-training van 2012 is er geoefend met het ontruimen van een specifieke ruimte binnen het gemeentehuis. Het gehele gemeentehuis ontruimen is nog niet beoefend. We merken hierbij op dat de vluchtwegen dusdanig kort zijn dat er geen sprake is van een onaanvaardbare situatie als gevolg van het niet oefenen. Mochten er bij een calamiteit externen in huis zijn, dan is dit bij de receptie bekend en wordt hier naar gehandeld.

2.1.9 Algemene dekkingsmiddelen

· Blz 43: waaronder valt de post onvoorzien van € 25.000,00 en valt deze nu vrij?

Antwoord: De post onvoorzien is een soort buffer voor onvoorziene omstandigheden. Deze is in 2012 niet benodigd geweest en valt daarom vrij.

2.2.1 Lokale heffingen

· Blz 47: kwijtschelding gemeentelijke belastingen: Het lijkt vreemd dat het aantal uitkeringsgerechtigden toeneemt en het aantal kwijtscheldingen afneemt. Wat is hiervoor de verklaring?

Antwoord: Er zijn meerdere redenen voor de daling (7 toekeningen minder dan in 2011).

· Een vijftal aanvragers zijn niet door de automatische kwijtscheldingstoets gekomen ivm niet opgegeven voertuigbezit en spaarrekeningen;

· Verhuizing naar elders, bejaardenoorden en overlijden.

2.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen

· Blz 55: volgens de kengetallen is er voor 5 scholen € 39.000,00 uitgegeven t.o.v. een begroting van € 234.700,00. Dit is niet te herleiden in de uitleg op blz 108. Heeft dit er mee te maken dat er minder onderhoud wordt uitgevoerd i.v.m. de nadere verhuizing naar de Brede School? Zo niet graag een extra toelichting.

Antwoord: Er is niet minder onderhoud uitgevoerd. Het verschil heeft een andere reden. Bij de begroting werd bij de kengetallen een bedrag van € 234.700 opgenomen. Dat is was bedrag inclusief kapitaallasten. Bij de kengetallen jaarrekening 2012 is uitgegaan van de werkelijke uitgaven, zijnde € 39.000, exclusief de kapitaallasten. Het bedrag van de kapitaallasten was in 2012 circa € 192.000.

2.2.4 Paragraaf 4 Financiering

· Blz 58: wat heeft er in het 2e kwartaal voor gezorgd dat er een ruime overschrijding was van de kasgeldlimiet?

Antwoord: omdat de rentetarieven voor kort geld al geruime tijd extreem laag zijn worden de marges van de kasgeldlimiet opgezocht. De tarieven voor kasgeld liggen bijvoorbeeld tussen 0,06% en 0,12% voor een 2-maands lening per heden 14-6-2013. Het heeft daarom de voorkeur vooral kort te financieren binnen de regels van de kasgeldlimiet of met andere woorden, zoveel mogelijk gebruik te maken van de bandbreedte. De regelgeving is als volgt; de kasgeldlimiet mag twee kwartalen achtereenvolgens worden overschreden. De hoogte van de overschrijding doet er niet toe. Belangrijk is dat het derde daaropvolgende kwartaal weer binnen de kasgeldlimiet wordt gebleven. Zaak is dus om in het daarop volgende derde kwartaal te consolideren, dat wil zeggen dat kasgeldleningen (kort geld) worden omgezet in vaste lange leningen voor een bedrag dat de overschrijding van de kasgeldlimiet in het derde kwartaal opheft. Verstandige gemeenten zullen daarom zoveel mogelijk gebruik maken van de bandbreedte die de kasgeldlimiet biedt omdat daardoor een belangrijk rentevoordeel kan worden behaald.

2.2.6 Paragraaf 6 Verbonden partijen

· Blz 64: er wordt bij verbetering aangegeven dat binnen de regio een adoptieregeling is afgesproken. Is dit een andere adoptieregeling dan de regeling die er al was?

Antwoord: Dat is nog dezelfde adoptieregeling.

· Blz 68 Regionaal Veiligheidshuis Maas&Leijgraaf: bij risico’s staat n.v.t.. De gemeente is één van de 12 partners hoe kan het dan zijn dat we geen risico lopen. Dezelfde vraag geldt ook voor de Gemeenschappelijke regeling Kleinschalig Collectief Vervoer Brabant-Noordoost.

Antwoord: Het Regionaal Veiligheidshuis is geen gemeenschappelijke regeling maar een stichting. Voor de oprichting van de stichting is een convenant opgesteld waarin is bepaald dat elke partij de overeenkomst eenzijdig kan opzeggen met een opzegtermijn van 1 jaar. In overleg met de Stuurgroep Veiligheidshuis zal er dan overstemming moeten worden gekregen over de uittreding waarbij het uitgangspunt is dat er voor de overige deelnemers geen financiële consequenties zijn.

· Blz 70 Euregio Rijn-Waal: de uitleg die staat bij financieel belang wekt de indruk dat er een risico is voor onze gemeente. Toch is dit volgens het kopje risico’s niet het geval, graag uitleg hierover.

Antwoord: Bij de gemeenschappelijke regeling “Euregio Rijn Waal” is het financiële risico van de gemeenten gelegen in de mogelijkheid dat bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn voor een eventueel tekort Dat betreft dus een formeel risico. Dat kans dat opheffing zich daadwerkelijk zal voordoen is op dit moment als nihil in te schatten, vandaar dat het risico op dit moment als niet van toepassing wordt geacht.

· Blz 71 Meander: wat is de stand van zaken betreffende de Meander?

Antwoord: De Meander wordt door ons gehouden aan de productiecijfers zoals die oorspronkelijk in 2008 zijn overeengekomen. Op dit moment is De Meander bezig met het inschrijven van Millse deelnemers aan het programma 203/2014. De jaarrekening over 2012 en de begroting voor 2014 zijn inmiddels van De Meander ontvangen.

· Blz 73 Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord: het negatieve resultaat van € 2.915.348,00 is dit over 2011 of moet dit 2012 zijn? Hoe groot is het financiële risico voor onze gemeente? Gezien het fikse negatieve resultaat is dit een reëel risico. Wat gaat men doen om dit negatieve resultaat om te buigen in de komende jaren?

Antwoord: Dit zijn de gegevens over 2011. De jaarrekening 2012 wordt op 27 juni 2012 door het AB van de RAV vastgesteld. De exploitatie 2012 sluit af meteen positief saldo van € 293.496,00 en het saldo wordt toegevoegd aan de reserve. De gemeentelijke bijdragen tot en met 2012 zijn terugbetaald. De zorgverzekeraars en overheid financieren nu de RAV voor 100%.

· Blz 75 Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel: bij risico’s staat dat er een naberekening kan volgen van Attero betreffende het niet halen van de volumeplicht. Is hier een indicatie van te geven?

Antwoord: De Brabantse gewesten hebben ieder voor zich een verwerkingsovereenkomst met Attero afgesloten. Gezamenlijk moeten de gewesten minimaal 510.000 ton (G)HRA per jaar aanleveren. In de verwerkingsovereenkomst is geen verdeling van de hoeveelheid naar gewest gemaakt. In 2012 is totaal provinciebreed 31.582 ton (G)HRA te weinig aangeboden. Indien het risico gekwantificeerd wordt, dan wordt uitgegaan van een tarief van € 104,- per niet geleverde ton (conform suppletietarief).

Er zijn verschillende verdeelsleutels mogelijk (naar rato inwoneraantal, op basis van aanlevergegevens in een bepaald jaar). Afhankelijk van de verdeelsleutels kan het risico voor de gemeente Mill en Sint Hubert tussen € 0 en € 31.000 liggen. De discussie over haalbaarheid van een claim door Attero en het daarna volgende verdelingsvraagstuk tussen de gewesten is door de Vereniging van Contractanten geparkeerd hangende overleggen met Attero.

2.2.7 Paragraaf 7 Grondbeleid

· Blz 77 Wat is er met de gelden gebeurd van Stichting Gemeenschapshuis Mariënweerd?

Antwoord: De stichting Marienweerd zal bij de ontbinding(sakte) van de stichting nog een maatschappelijke bestemming toekennen aan deze opbrengsten (zal ten goede komen van de gemeenschap).

· Blz 81 Centrumplan: kan er een specificatie gegeven worden van het genoemde nadelige voor-gecalculeerde resultaat?

Antwoord: Verwervingen € 674.800, sloopkosten € 126.400, openbare ruimte € 2.400.600, plankosten € 2.253.700, bijdrage gebiedsexploitatie (geïndexeerd) € 1.914.400, renteverlies tot 1-1-2013 € 505.400. In totaal € 7.875,300 aan lasten.

Opbrengsten: 2.143.900, subsidies € 165.000. In totaal € 2.308.900 aan baten.

Totaal € 5.566.400, tegen contante waarde € 5.499.552 (gelijk aan door de gemeenteraad getroffen voorziening tegen contante waarde).

2.2.7 Toelichting op de balans per 31 december

· Blz 93 financiële vaste activa: graag uitleg betreffende de desinvestering bij de gemeenschappelijke regelingen.

Antwoord: Het activum ‘Vrom-startersfonds’ daalde met € 91.650. Deze uitname kwam ten gunste van verstrekte ‘starterleningen’.

· Blz 94 exploitatieresultaat: klopt het dat het exploitatieresultaat alleen maar positief is omdat er al een fikse reservering getroffen is voor het centrumplan?

Antwoord:Ja, voor plannen met verliesgevende prognoses zijn we verplicht om een voorziening te treffen. Dit is ook conform raadsbesluit gedaan.

· Blz 97 en verder: bij verschillende reserves staat dat deze bedoeld is om de kapitaallasten gedeeltelijk te dekken. Waar komt de rest van de dekking vandaan?

Antwoord: de rest van de dekking is in de begroting opgenomen.

· Blz 99 reserve beheerfonds de Kuilen: klopt het dat we per jaar ruim € 100.000,00 toeleggen op het beheer van de Kuilen, of is 2012 een uitzondering geweest?

Antwoord: Er is ruim € 224.000 toegevoegd en ruim € 122.000 onttrokken aan de reserve beheerfonds, netto is er in 2012 ongeveer € 100.000 toegevoegd aan de reserve! Inkomsten zijn veroorzaakt door zandinkomsten, uitgaven zijn veroorzaakt door beheer en onderhoudskosten én kapitaallasten.

3.3.4. Toelichting op de programmarekening

· Blz 107 economie en toerisme: er zijn € 2,7 miljoen minder lasten bij economische zaken, er wordt echter 2 miljoen toegelicht waar komt de rest vandaan? Er zijn € 0,8 miljoen minder opbrengsten voor ditzelfde onderdeel, hangt dit met elkaar samen?

Antwoord: Ja, deze zijn met elkaar verrekend.

· Blz 107 Er wordt gesteld dat er gelden overblijven van het LOG Graspeel, echter in een artikel in het Brabants Dagblad aangaande een besluit van de gemeente Landerd, stond dat ook de gemeente Mill en Sint Hubert hierdoor geconfronteerd zou worden met een verliespost. Graag nadere uitleg hierover.

Antwoord: Invulling van het LOG in de gemeente Landerd is momenteel onderdeel van een besluitvormingsproces in die gemeente. Op dit moment voorzien wij geen daar uit voortvloeiende financiele consequenties zoals het krantenartikel suggereert.

· Blz 108 Er blijft € 106.000,00 over van gelden die op verschillende wijze voor het onderwijs ingezet kunnen worden. Hoe actief is de gemeente om met deze gelden de gestelde doelen te realiseren en op welke wijze worden de basisscholen hierbij betrokken?

Antwoord: De resterende rijksbijdragen voor onderwijs zijn bedoeld voor de invoering van de combinatiefuncties in combinatie met de LEA (lokale Educatieve Agenda) en voor de kwaliteitsborging van VVE-programma’s door IKKE voor kinderen (peuters) met risico op taalachterstanden.

De invoering van combinatiefunctie dient uiterlijk 2015 gerealiseerd te zijn, dit traject is gaande door vanuit de werkgroep LEA een voorstel voor te bereiden aan de raad aangaande de inzet van de combinatiefunctie voor de inhoudelijke coördinatie van de brede school Mill (Kindcentrum) met ingang van het nieuwe schooljaar. Daartoe is ook ambtelijk overleg gaande met Cuijk en Grave over mogelijke samenwerking; dit in afstemming met de beide schoolbesturen voor basisonderwijs Peelraam en Invitare, mede via de stuurgroep Brede school Mill.

De rijksbijdragen voor de risicoleerlingen in kader van taalachterstanden kunnen op diverse wijze worden ingezet; het speciale VVE-programma Uk en Puk is al enkele jaren door IKKE toegepast voor alle 2-3 jarigen, dus ook voor taalzwakke kinderen; effectmeting dient plaats te vinden in groep 2 van de basisschool (leidt ; hierover gaan we nader in overleg met IKKE en de scholen. Daarbij zal uiteindelijk ook verantwoording plaatsvinden richting het rijk en de inspectie van onderwijs.

Van dit bedrag van € 106.000,00 zien we alleen het bedrag voor onderwijsachterstanden terug in het overzicht van incidentele baten op blz 116. Hoe is dit te verklaren?

Antwoord: De ca. € 40.000,- uitkering voor de invoering van de combinatiefunctie in 2012 ontvangen we via het gemeentefonds en wordt niet om die reden niet incidentele baten opgevoerd, maar bij Programma 3. De rest is ontvangen in 2011.

· Blz 110 Waarom zijn de advieskosten en OZB niet betaald uit het budget van Myllesweerd zoals dit ook door de andere accommodaties gedaan wordt?

Antwoord: Het subsidiebudget is bedoeld als bijdrage voor de exploitatielasten van de stichting Myllesweerd, de beide kostenposten vallen daar niet onder, de OZB-aanslag wordt geheven op de eigenaar van het gebouw zijnde de gemeente.

· Blz 110 Wat is de reden dat er zich steeds maar tegenvallers voordoen bij de exploitatie van het SCC? Graag willen we een uitgebreid overzicht van de exploitatiekosten.

Antwoord: Het heeft onze aandacht. Er wordt momenteel voorwerk gedaan tot het opstarten van het evaluatiemoment.

· Blz 111 er is minder inzet van de BOA’s geweest, waarom is er niet meer ingezet op bijv. het parkeerbeleid?

Antwoord: De inzet van BOA’s is mede afhankelijk van de beschikbaarheid van deze BOA’s. Zoals bekend huren wij deze in van de omliggende gemeenten (Cuijk, Grave en Boekel). Hier moeten concrete verzoeken worden gedaan welke enkele maanden van te voren moeten worden ingediend. Juist in tijden van bezuinigingen hebben wij gemeend terughoudend met de inzet om te gaan en alleen dan in te zetten wanneer hier een expliciet verzoek van de politie voor komt. In de praktijk worden de BOA’s ingezet bij de kermissen in Mill en Langenboom, enkele grote evenementen, carnaval en parkeeroverlast in het centrum van Mill.

· Blz 111 € 40.000,00 hogere bijdragen kwaliteit komt ten goede aan het fonds kwaliteitsverbetering voor de kernen. Waarom zien we deze post niet terug onder de incidentele baten op blz 116? Hier worden wel de bijdragen kwaliteit buitengebied opgevoerd.

Antwoord: Dit is wel een structurele inkomstenpost, maar zal per jaar sterk fluctueren.

· Blz 111 € 109.000,00 lagere opbrengsten plankosten bestemmingsplan buitengebied: is dit een gevolg van de vele reparaties welke hebben moeten plaatsvinden in het bestemmingsplan buitengebied? Hoe hoog zijn dan de financiële consequenties als gevolg van het vertragen van enkele postzegelplannen?

Antwoord: Er is geen enkele relatie tussen de lagere opbrengsten plankosten en de reparatie van het bestemmingsplan Buitengebied. De enige consequentie is dat geraamde, in te komen plankosten later inkomen dan gepland.

· Blz 112 Er zijn € 198.000,00 hogere toerekeningskosten in verband met meer uren afhandeling bouwprojecten en meer tijd besteed voor het opstellen van bestemmingsplannen. Afhandeling bouwprojecten dient toch kostendekkend te zijn? Over opstellen van bestemmingsplannen dienen er toch afspraken te zijn met de betreffende bureaus?

Antwoord: Hier zijn inderdaad afspraken over gemaakt en deze interne uren worden ook in rekening gebracht.

· Blz 113 Structureel worden er minder rijbewijzen en uittreksels aangevraagd. Met minder opbrengsten en dezelfde kosten zijn we niet meer kostendekkend, wat gaan we hieraan doen?

Antwoord: De kosten bestaan voor het belangrijkste deel uit personeelslasten. Indien over een langere termijn blijkt dat er minder producten gevraagd worden, dan zal dit betekenen dat er met minder inzet van personeel kan worden volstaan. Hierbij dient echter nadrukkelijk rekening te worden gehouden met het feit dat er sprake is van zittend personeel en dat deze medewerkers gedurende de openingstijden aanwezig zijn en dat vermindering derhalve consequenties heeft voor de dienstverlening.

Controle Jaarrekening:

Agendapunt 4: Jaarrekening 2012: Verslag van bevindingen:

· WMO: Er is vastgesteld dat er bij de aangegane verplichtingen geen aanbestedingsprocedure aan ten grondslag heeft gelegen betreffende de WMO hulpmiddelen. Welke actie is hierop ondernomen om herhaling te voorkomen?

Antwoord: bij het opstellen van het Afdelingsplan (eind van een kalenderjaar) wordt apart gekeken naar de contracten die er zijn en nagekeken of aanbesteding aan de orde is zodat altijd een jaar vooruit gekeken wordt.

Nieuwe taken: De komende jaren komen er een groot aantal nieuwe taken op de gemeente af. Hier moet een initiële begroting voor worden opgesteld. Wanneer neemt het college dit ter hand? Is dit een van de kaders voor de komende begroting?

Antwoord: Indien bekend worden ze in de begroting opgenomen. We streven er naar alles zo veel mogelijk budgettair neutraal te laten verlopen.

· Grondexploitaties: de gemeente heeft een aantal projecten niet in exploitatie genomen. De boekwaarden dienen in de toekomst gecompenseerd de worden door grondverkopen. Het advies is om de exploitatie nauwgezet te blijven volgen. Hoe gaat men hier invulling aan geven?

De boodschap van de accountant is helder. Het heeft onze zorg en dit zal binnen de P&C-cyclus opgepakt worden.

Voorstel resultaatbestemming:

· 1.2: Organisatie-ontwikkeltraject: wat moeten we verstaan onder afwikkelingskosten?

Antwoord: Dat zijn kosten die nog worden verwacht tijdens de afwikkeling van dit traject, zoals oa bezwaar en beroepskosten en een deel voor opleiding.

· 1.3: Opschonen en digitaliseren van bestaande bouwdossiers: waarom is dit project nog niet

afgerond? Reeds in 2011 is er een budget beschikbaar gesteld van € 60.000,00. De lasten

worden gedekt uit de AGR gelden van IBN. Wat is de stand van de AGR gelden op dit

moment voor de gemeente Mill en Sint Hubert?

Antwoord: De verwachting is dat het gehele project in augustus 2013 is afgerond.

De stand van de AGR wordt per kwartaal opgemaakt. De laatste stand dateert dus van 31 maart 2013. Afgerond was de stand op die datum € 69.000,00.

· 1.5: Externe projectleider Document Management Systeem: Niet gerealiseerd in 2012. Volgens

de VKP is deze externe projectleider dus geheel overbodig.

Antwoord:De invoering van het DMS heeft enige vertraging opgelopen, maar is in 2012 wel gedeeltelijk uitgevoerd waardoor op 1 december 2012 kon worden gestart met zowel een digitale als analoge poststroom. Inmiddels verloopt sinds 1 maart van dit jaar de poststroom voor het overgrote deel geheel digitaal.

· 1.6: VVE programma (taalachterstand): Op welke manier denkt de gemeente Mill het wettelijke

programma voor peuters en kleuters met taalachterstand te realiseren?

Op dit moment (medio 2013) wordt nog op alle locaties van IKKE voorschoolse educatie aangeboden. Dit geldt dus zowel voor kinderdagverblijven als voor de (geïntegreerde) peuterspeelzalen. In feite wordt dit gefinancierd vanuit de gemeentelijke subsidie voor peuterspeelzalen. Die subsidie wordt afgebouwd waardoor de noodzaak ontstaat om een specifieke andere subsidieregeling uitsluitend voor de doelgroep voor VVE, nl. kinderen met een ontwikkelingsachterstand voor te bereiden. Die voorbereiding vindt op dit moment plaats in nauw overleg met de kinderopvangorganisatie IKKE en met de basisscholen. Wij verwachten een uitgewerkte regeling na de zomer aan u te kunnen voorleggen.

· 1.10: Transitiekosten bibliotheek: Waarom is er tot nu toe maar 50% van het budget betaald?

Waar zijn de rechten op dit budget op gebaseerd?

Antwoord: Dit is gebaseerd op de compensatieregeling door de opgelegde bezuiniging. Deze kunnen in maximaal 4 termijnen worden voldaan. In 2012 zijn 2 termijnen betaald.

· 1.17: Structuurvisie: Van het beschikbaar gestelde krediet van 220.000,00 resteert een bedrag

van € 5.210,00. Dit is benodigd voor de verdere uitwerking van de structuurvisie. Waarvoor

dan?

Antwoord: In de Structuurvisie is per zone is een uitvoeringsparagraaf opgesteld. Hierin zijn concrete projecten opgenomen, maar ook plannen, ideeën en voornemens. Daarnaast is in hoofdstuk 10 van de Structuurvisie het Wro-instrumentarium opgesomd. Beide uitvoeringsonderdelen moeten verder worden uitgewerkt. Via de vastgestelde Investeringsregeling Ruimtelijke Kwaliteit (IRK) gemeente Mill en Sint Hubert is hiertoe al een eerste aanzet gegeven. Er zijn nog verdere uitwerkingen nodig.

Hierbij denken wij bijvoorbeeld ook aan het opstellen van een handleiding landschappelijke inpassing c.q. natuurontwikkeling.

· 1.24: Bedrijfsverplaatsingen: Mogen we er van uitgaan dat het bedrag van € 1.171.437,00 niet

onttrokken zal worden aan het netto ter beschikking gestelde krediet van € 3.310.902,00?

Antwoord: Ja.